Castagnaccio

‘Tja tja tja, wat zullen we eten Tja tja tja, wie zal dat weten? Wie is de man die mij dat zeggen kan? De Groenteman!….. Tja tja tja.’ (Truusje Koopmans schreef en zong dit onvergetelijke lied voor een AVRO radioprogramma uit de jaren vijftig over recepten met seizoensgroenten). Het is volop herfst en dus gaan we iets maken van tamme kastanjes vanwege het overweldigend grote aanbod! Veel mensen zeggen er niet van te houden (crème de marrons, traditioneel gesmeerd op crêpes, is niet voor niets verdrongen door Nutella) maar ze liggen in dit jaargetij gratis voor het oprapen dus verwerk de kastanjes liever op z’n Italiaans en noem het ‘Castagnaccio’. Een dessert waarmee u indruk zult maken op uw gasten.

Wat heeft u nodig voor deze taart die het water in de mond doet lopen? We zoeken houvast aan een eeuwen oude traditie: deze beproefde kastanje taart is namelijk voor het eerst beschreven door Ortensio Landi in 1553 als een Pilade uit Lucca in zijn Commentario delle più notabili et mostruose cose d’Italia e di altri luoghi.

Wat Italianen (Fransen trouwens ook) doen is er meel van maken: ‘farina dolce’ of ‘zoete bloem’. Je kunt zelf ook meel maken door de kastanjes eerst te roosteren en daarna te malen in een koffiemolen of kant en klaar kopen in de ‘gezonde’ winkel. Volgens een recept dat mij werd toegestuurd heb je nodig: 500 ml water, 410 gram kastanjemeel, zout, 60 ml olijfolie, rozijnen, walnoten, pijnboompitten en rozemarijnblaadjes. Zo ga je te werk: verwarm de oven voor tot 200 graden. Roer water door kastanjemeel, maak er een glad vloeibaar beslag van zonder klonten. Voeg zout, olijfolie, rozijnen en walnoten toe. Goed vermengen. Giet deeg in ronde cakevorm (diameter 35-40 cm). Oppervlakte insmeren met olie. Pijnboompitten en rozemarijnblaadjes erop aanbrengen. Bakken: 35-40 minuten of tot de oppervlakte met een mooie donkere knapperige korst is bedekt. Koud serveren. Castagnaccio serveert men met ricotta, honing en een zoete wijn; een Vin Santo uit Toscane.

Comments are closed.